Acht uur 's ochtends bij de bakker in het dorp naast de camping. De vrouw voor je bestelt in één adem drie dingen. Jij wijst naar het stokbrood.Na Basis bestel je net zo vlot, vraag je wat het kost en wens je de bakker een goede dag.
Voor veel Nederlanders is Frankrijk het vakantieland: de camping, de markt, de wijn bij het eten. Wie er een huisje heeft, merkt al snel dat je met een paar zinnen Frans veel verder komt bij de buren.
Ook in Brussel, Wallonië en een deel van Zwitserland spreek je het: op je werk, in de winkel, bij de bakker om de hoek.
Je suis quarante zegt niets. In het Frans heb je je leeftijd: j'ai quarante ans. En rester is blijven, niet rusten.
Ils parlent klinkt precies als il parle. De -ent schrijf je wel, maar je zegt hem niet.
Vin, vent en vont hebben elk een eigen neusklank. Daar went je oor aan door te luisteren, niet door te lezen.
Waarom ga je à Paris maar en France? Wij leggen het kort uit in het Nederlands, met voorbeelden die je op reis meteen gebruikt.
Eerst horen: dessus is boven, dessous is onder. Het verschil zit in één klank. Je hoort hem in een mannen- en een vrouwenstem, met de uitspraak uit Frankrijk.
Wat je leert, komt terug: je voudrais zeg je in de eerste les op de markt. Later hoor je het in het café, in het hotel en bij de apotheek.
3 soorten oefeningen: meerkeuze, gaten invullen en dialoogkaarten. Aan het eind van elke module staat een herhaling klaar.
Elke les draait om één situatie, van de bakker in het dorp tot een terras in Lyon.
Of een vaste plek op de camping. Voor de buren, de loodgieter en de markt op zaterdag.
Of collega's in Wallonië heeft. In Gevorderden leg je een misverstand uit en zeg je wat je ergens van vindt.
Alleen je ne sais pas is blijven hangen? In Basis komt het terug, met het waarom erbij.
Je begint bij de klanken en je m'appelle. Meer heb je niet nodig.
Frans schrijf je anders dan je het zegt. Daarom hoort bij elk woord en elk gesprek geluid: je leert het met je oren. Handig als je liever luistert dan lange stukken leest.
Je hoeft er geen aanleg voor te hebben. Eén les tegelijk is genoeg. Elke oefening kun je overdoen.
Eén keer betalen, meteen beginnen, levenslang toegang
Uit Frankrijk. In België en Zwitserland verstaan ze je zonder moeite. Tellen gaat daar wel anders: zeventig is in Frankrijk soixante-dix, in België septante.
Tegen een onbekende volwassene vous, tegen vrienden en kinderen tu. Elke les zegt welke vorm je gebruikt.
Lees deze drie zinnen: J'habite à Lyon depuis trois ans. L'été dernier, on est allés en Bretagne. Je pense qu'il va pleuvoir demain. Kun je zulke zinnen zelf maken, begin dan bij Gevorderden. Twijfel je, dan is Basis de veilige keuze.
Het DELF heeft een examen per niveau. Aan het eind van Basis past het DELF A2, na Gevorderden het DELF B1. De opbouw van het examen oefen je ergens anders.
De Provence, Bretagne of de Ardèche. Je bestelt zelf, vraagt de weg en maakt een praatje bij de receptie van de camping.
Je pakt een les wanneer het uitkomt, ook in de trein. Je cursus onthoudt waar je was.
Op de pagina van de cursus lees je hoeveel uur zelfstudie we ervoor rekenen. Een les per avond of drie op zondag: je cursus loopt niet weg.
Ja, graag zelfs. De eerste twee lessen van Frans Basis zijn voor iedereen open, ook zonder account. Je vindt ze op de pagina Gratis lessen. Maak je een gratis account aan, dan bewaren we wat je al gedaan hebt.
Deze lessen zijn voor iedereen open, ook zonder account. Je krijgt de uitleg, de voorbeelden en de oefeningen, precies zoals in de cursus.